Title for my first novel

Should it be: 1. Liberty Taken, 2. Libero Taken, 3. Taken

Advertisements

Leave a Comment

Toekomstmuziek Kort Verhaal

      Vermoeid wreef hij in zijn ogen. Het was een lange, inspannende dag geweest. Hij keek om zich heen en zag dat hij niet de enige was die moe was. Schuin voor hem zaten zelfs twee jongens te slapen, allebei met hun mond open. Hij grinnikte minachtend. Watjes, konden ook nergens tegen. Slapen in een schoolbus, met al je klasgenoten om je heen, dat zou hem nooit overkomen. Hij staarde naar het voorbij schietende landschap en luisterde met een half oor naar het eentonige stemgeluid van de kalende leraar die voor hem zat. Wat een mislukkeling was die vent. Hij kon totaal geen orde houden, zijn stem onhoorbaar. Hoe kon hij verwachten dat je naar hem luisterde als je niet eens kon verstaan wat hij zei? Daarbij was hij kleiner dan de helft van de studenten en je kon hem niet eens zien als ze in een groep liepen. Geen wonder dat hij hem gedurende de hele excursie niet had opgemerkt.

     Hij keek op zijn horloge. Nog zeker een uur rijden. Zou Marloes op hem staan te wachten als ze bij school aankwamen? Ze gingen nog niet zo lang met elkaar om, maar hij was verzot op haar. Schouderlang donker krullend haar, blauwe ogen en een zachte huid, de volste borsten die hij ooit in zijn handpalm had gehad, en een soepel gewillig lichaam. Met haar achttien jaar was ze ruim een jaar ouder dan hij, en dat maakte haar nog interessanter. Ze werkte achter de kassa in de supermarkt. ‘Dit is maar tijdelijk,’ had ze hem verzekerd en hij geloofde haar. Ze was bloedmooi, superslank en intelligent en ze werkte hard, alle ingrediënten voor een glansrijke toekomst, en hij twijfelde er niet aan dat als ze het geld bij elkaar had gespaard voor haar vervolgopleiding al haar dromen zouden uitkomen. Ondertussen was het een luxe om een vriendin te hebben met geld. Hij moest zelf rondkomen van een zakcentje dat hij verdiende op zaterdag met gras maaien en kleine klusjes voor de buren. Had hij nou maar een auto, dan kon hij de stad inrijden, op zoek naar een beter baantje, maar zonder vervoer leek de vijf kilometer van zijn huis uit net zover als een vlucht naar de maan. Gelukkig had Marloes een auto en kwam ze hem regelmatig ophalen. Wow, zuchtte hij, terwijl hij verlangend aan haar warme lichaam dacht. Hij was een geluksvogel.

     Ineens werd hij in zijn dagdromen gestoord. ‘Mag ik naast je komen zitten?’ hoorde hij een vreemde stem. Hij keek op en zag dat de stoel naast hem leeg was. Vreemd, hij had niet gemerkt dat Rick, die al die tijd naast hem had gezeten, was opgestaan. ‘Bedankt,’ zei de man die in de lege stoel zakte. ‘Ik heb pijn in mijn rug van al dat slenteren de hele dag, maar daar zal jij op jouw leeftijd nog wel geen last van hebben.’

     Hij fronste zijn wenkbrauwen. Wie was die vreemde oude vent? Waar kwam hij vandaan?

     ‘Ik ben meneer Shemrock, aangenaam.’

     ‘Reinier,’ mompelde hij.

     ‘Ik weet wie je bent,’ zei de man. ‘Ik heb je de hele dag geobserveerd en ben blij dat ik even met je kan praten.’

     ‘Hoe kan dat nou? Ik heb u nog nooit van mijn leven gezien.’

     ‘Ik ben nogal klein van stuk. Mensen kijken me meestal over het hoofd.’

Hij keek naar het kalende achterhoofd van zijn leraar en mompelde, ‘Ja, dat kan gebeuren.’ Maar toch vond hij het vreemd. Zo een raar klein mannetje, met een grijs ringbaardje en een groen pak had hem toch moeten opvallen?

     ‘Heb je vandaag nog iets opgestoken?’ vroeg de man. ‘Je bent een briljante leerling met een gouden toekomst, en naar mijn idee heb je het voor het kiezen.’

     ‘Ik heb een rugzak vol met informatie, maar heb nog geen keuze gemaakt,’ antwoordde hij en schopte tegen de zware tas die aan zijn voeten op de grond lag. ‘Iedere Universiteit heeft wel iets te bieden, en ik ben van plan om alles door te werken en de beste uit te kiezen.’

     ‘Heel verstandig,’ knikte de man. ‘Maar belangrijker is dat je een school kiest die de juiste opleiding biedt. Weet je al wat je wilt worden?’

  ‘Nee. Ik had gehoopt om vandaag wat meer inzicht te krijgen, maar er waren te veel kraampjes, te veel keuzes. Ik ben een beetje overweldigd door de verscheidenheid.’

     ‘Ik begrijp wat je bedoeld en zal proberen je een beetje op weg te helpen. Wil je met je handen gaan werken of met je hersenen?’

     ‘Mijn vader is timmerman,’ zei hij bescheiden. ‘Maar iedereen beweert dat ik veel meer in mijn mars heb.’

     ‘Dat kan je wel zeggen,’ beaamde de man en grijnsde. ‘Ik heb met al je leraren gesproken en al je rapporten en testresultaten bestudeerd. Je bent in één woord geniaal en naar mijn mening maakt het niet uit welke opleiding je zult volgen, je zult van alles ongetwijfeld een groot succes maken. Wat dacht je van een doktersopleiding? Het is een langdurige studie, zeker als je je wilt specialiseren, maar de beloning is buitengewoon, en niet alleen op financieel gebied. Denk eens aan de mensenlevens die je kunt redden?

     Of gaat je interesse meer uit naar een architectenopleiding, beeldvorming, cultuur, ontwerpen, inrichtingsdilemma’s, ruimte vorming, constructieprincipes? Zie je al voor je dat je je eigen huis kunt ontwerpen zonder dat je op de uitgaven hoeft te letten? Met alle moderne technieken, voorzien van alle luxe, en stroom door middel van wind en zonne-energie?’

     Met een aantal woorden wist het oude mannetje een wereld voor zijn ogen te scheppen met ongelimiteerde mogelijkheden, en zijn ogen begonnen te stralen, meegesleept door zijn enthousiasme.

     ‘Economie? Misschien niet een studie waar je warm voor loopt, maar waar wel een heleboel geld in te verdienen valt. Denk eens aan een accountant? De beurs? Mogelijkheden genoeg. Geloof me, mijn jongen, met jouw hersens kun je studeren wat je wilt, en samen met een flinke inzet en doorzettingsvermogen kan ik je een grandioze toekomst verzekeren.’

     ‘Meent u dat nou?

     ‘Absoluut. Er zijn er niet velen die gezegend zijn met zo een geweldig stel hersens zoals jij. Je mogelijkheden zijn ongelimiteerd. Maak de juiste keuze en al je dromen komen uit.’

     Beelden van een schitterend huis met een oprijlaan en een zwembad, een glanzende sportauto en Marloes die van een brede trap naar beneden kwam schrijden in een elegante avondjurk met goud in haar oren en om haar hals, en een trouwring met een prachtige diamant aan haar vinger kwamen hem voor ogen.

     ‘Dat ligt allemaal binnen je handbereik als je de juiste keuzes maakt,’ sprak de oude man met overtuiging. ‘Gegarandeerd!’

     ‘Gegarandeerd,’ herhaalde hij op fluisterende toon. ‘Gegarandeerd.’

     ‘Zei je wat?’ vroeg Rick, maar voor hij kon antwoorden stopte de bus en Rick stond op. ‘Zo te zien wordt je opgehaald. Zie je morgen.’

     Hij pakte zijn rugzak en keek zoekend om zich heen. Vreemd dat die oude man zo snel verdwenen was. Iedereen dromde de bus uit en hij stond ook op. Als laatste kwam hij de bus uit en meteen riep iemand zijn naam. Marloes! Hij zwaaide enthousiast. Ze vloog hem om zijn nek en zoende hem op zijn mond. Haar volle lippen smaakten heerlijk en hij klampte zich aan haar vast.

     ‘We worden later rijk,’ zei hij en trok haar met zich mee. Met de armen om elkaar heen liepen ze naar haar auto.

     ‘Dat kreng wilde weer niet starten,’ mopperde Marloes toen ze wegreden. Hij legde zijn hand op haar bovenbeen en streelde de zijdezachte binnenkant van haar dij. Ze spreidde haar benen en zijn hand gleed hoger. ‘Ik heb je zo gemist,’ zei ze hees. Hij lachte. ‘Mijn toekomst is verzekerd. Ik voel me fantastisch.’ Ze pakte zijn hand en legde hem in haar vochtige kruis. ‘Dat moeten we vieren, en ik weet precies hoe we dat kunnen doen.’

 

     Luid getoeter brak zijn concentratie en gestoord keek hij op uit zijn studieboek. Voetstappen naderden en zijn kamerdeur vloog open. Het volgende moment zat Marloes op zijn schoot.

     ‘Wat doe jij hier? Moet je niet werken?’

Ze gooide haar armen om zijn nek en zoende hem. ‘Ik moet je iets laten zien. Ga je mee naar buiten?’

     Voorzichtig maakte hij haar armen los en duwde haar van zijn schoot. ‘Vandaag niet. Je weet dat ik morgen die belangrijke test heb en ik wil vandaag de hele dag studeren.’ Haar gezicht betrok en vergoelijkend vervolgde hij. ‘Nog een aantal dagen en dan heb ik vakantie. Dan kunnen we doen wat we willen.’

     Ze pakte zijn hand en trok hem omhoog. ‘Niets daarvan. Je moet met me meekomen. Het duurt maar even.’

     Met tegenzin kwam hij overeind en volgde haar de trap af naar buiten. Op de oprit stond een splinternieuwe auto. ‘Mijn roestbak deed het vanochtend weer niet en toen ik mijn werk belde om te zeggen dat ik te laat zou zijn zeiden ze: Nog één keer en je hoeft niet meer terug te komen. Ik ben daarom een nieuwe auto gaan kopen. Vind je hem niet mooi?’

     ‘Maar waar heb je dat van betaald?’ riep hij uit.

Ze opende de deur. ‘Ruik die nieuwe geur eens!’

     Hij pakte haar schouders en draaide haar om. ‘Heb je geld geleend?’

Lachend maakte ze zich los en stapte achter het stuur. ‘Ik had geld genoeg. Kom dan gaan we voor een ritje.’

     ‘Geld genoeg?’ riep hij. De frons op zijn voorhoofd werd nog dieper. ‘Heb je je spaargeld gebruikt?’

     ‘Wat doe je nou toch moeilijk,’ riep ze. ‘Jij gaat straks zoveel geld verdienen, waarom zou ik dan nog gaan studeren?’

    

     ‘Het was een eer om je als student aan onze school te hebben,’ zei het hoofd van de school. ‘Houd ons op de hoogte van je vorderingen. Ik ben enorm benieuwd naar je succes verhalen.’

     Met een stralende glimlach nam hij zijn diploma in ontvangst. ‘Cum laude!’ riep hij en zwaaide naar zijn ouders en Marloes. Iedereen dromde om hem heen, er werden handen geschud, hij werd op zijn schouders geklopt en met zijn wangen vol lipstick maakte hij zich los om Marloes op te vangen. Ze draaiden uitgelaten in het rond en renden naar haar auto. ‘Kom, dan gaan we feestvieren,’ riep ze, en samen reden ze hun glorieuze toekomst tegemoet.

     De dag vloog voorbij in een roes. Zijn ouders hadden hun hele familie en de hele buurt uitgenodigd en er werd flink gegeten en gedronken. Alleen Marloes was stilletjes. ‘Ik voel me al een tijdje niet zo lekker,’ zei ze met een klein stemmetje.

     ‘Wil je naar huis?’ vroeg hij teleurgesteld. Ze knikte en liet hem alleen. De rest van de week was ze anders dan normaal en het begon hem te hinderen. Had hij iets fout gedaan? Hij had ondertussen zijn rijbewijs en leende zijn moeders auto. Toen ze uit haar werk kwam stond hij haar op te wachten. ‘Er zit je iets dwars en ik wil weten wat het is,’ zei hij resoluut.

     ‘Ik denk niet dat je het wilt weten,’ antwoordde ze verdrietig.

     Hij veegde een traan weg die stilletjes over haar wang naar beneden rolde en zei stellig, ‘Onzin. Ik houd van je en als je bedroefd bent wil ik weten waarom.’

 

     ‘Wat!’ riep zijn vader woedend uit. ‘Je wilt gaan trouwen omdat Marloes een baby krijgt?’

     ‘Natuurlijk, ik ben toch de vader!’

     ‘Weet je dat wel zeker?’

     Hij keek hulpzoekend naar zijn moeder, maar die schudde haar hoofd. ‘Jongen toch, is er geen andere oplossing?’

     Onthutst staarde hij van de een naar de ander. ‘Jullie hebben me altijd voor ogen gehouden dat je je verantwoordelijkheden onder ogen moet zien. Het lijkt me logisch dat ik trouw met de moeder van mijn kind. En ik houd van Marloes.’

     ‘Houden van? Je bent nog maar een kind!’

     Zijn gezicht verstrakte. ‘Ik ben achttien, en ik weet wat ik wil.’

     ‘Ik denk dat je geen idee hebt waar je aan begint,’ protesteerde zijn vader. “Hoe stel je je toekomst voor? Jij gaat studeren. Waar denk je dat jij en je gezin moeten wonen? Wie moet dat betalen? En wie moet voor de baby zorgen als Marloes werkt en jij naar de universiteit gaat?’

     ‘We hebben alle details nog niet uitgewerkt, maar we kunnen tijdelijk een stacaravan huren op de camping van Van Ginkel. Dat kunnen we gemakkelijk betalen.’

     Zijn moeder verbleekte. ‘Maar daar woont alleen maar tuig. Werkelozen, drugsverslaafden, ex-gedetineerden en wat al niet meer. Daar wil je toch niet tussen wonen?’

     ‘Er wonen een aantal collega’s van Marloes en die zeggen dat het niet zo slecht is. Zij hebben ook die caravan voor ons geregeld. Maar ik moet nu gaan. Marloes en ik gaan een trouwdatum regelen.’

 

     De baby huilde en huilde. ‘Waarom huilt hij nou toch steeds?’ riep Marloes wanhopig, haar gezichtje smal met diepe blauwe kringen onder haar ogen. ‘De dokter zegt dat hij helemaal gezond is. Darmkrampjes. Met drie maanden moet het over zijn. Maar hoe kom ik ooit die tijd door?’

     Hij liep met zijn zoon door de kamer en struikelde over een wipstoeltje en een pak luiers. ‘Kijk uit Reinier,’ riep ze geschrokken. Hij schopte tegen een stapel babykleertjes. ‘Het is hier ook zo een puinhoop. Ik kan nergens mijn voeten zetten.’

     ‘Daar kan ik toch niets aan doen! We hebben bijna geen kastruimte in dit krot!’

     ‘Hij is stil,’ zei hij opgelucht, de rust om hem heen een verademing. De speen in het babymondje ging krachtig op en neer. ‘Ga jij maar slapen. Ik loop nog wel even met hem rond.’

     Marloes knikte met doffe ogen en dodelijk vermoeid sleepte ze zich naar de slaapkamer. Ze waren al uren op en het zou niet lang duren voor de zon weer op kwam en de wekker ging.

     Hij zakte neer in een stoel, de baby in zijn armen in diepe rust. Uitgeput legde hij zijn hoofd achterover. 

 

     Er werd hard op de deur gebonsd en met een schok vloog hij overeind. Meteen zette de baby het weer op een krijsen. Hij legde hem op zijn schouder en opende de deur.

     ‘Jullie huur is drie weken over tijd,’ zei de campingbeheerder. ‘Als jullie niet binnen een week betalen vliegen jullie eruit.’

     Hij sloot gauw de deur en keek vragend de slaapkamer in. Marloes kwam overeind, haar haren een wanorde, haar gezicht afgemat. ‘Ik had geen geld meer,’ zei ze. ‘Ik moest de telefoonrekening betalen, de elektriciteit, luiers, boodschappen.’ Met een schok vloog ze overeind. ‘Hoe laat is het?’ Met een kreun viel ze weer achterover. ‘Ik moest om negen uur op mijn werk zijn. Het is al bijna half elf. Hoe kan ik nou door de wekker heen geslapen zijn?’

     Hij keek haar aan. ‘Jij moest werken en ik moest al uren geleden naar de Universiteit. Wie moest er dan op de baby passen?’

     Ze begon hard te huilen. ‘Ik weet het niet meer, Reinier, maar ik kan echt niet alles regelen. Werken, de baby, het huishouden, en jij bent er nooit. Je bent altijd weg of je zit thuis met je neus in de boeken. Kan jij er niet een tijdje tussenuit, tijdelijk werk zoeken, totdat we alle rekeningen hebben betaald, de baby iets ouder is en ik niet meer zo moe ben? Ik houd dit niet meer vol!’

 

     ‘Dat is dan € 235.80,’ zei hij en nam de man zijn pinpas. Nadat de klant weg was veegde hij zijn zwarte handen af aan een nog zwartere lap en liep naar de koffiemachine. Met een kop koffie in zijn hand liep hij terug naar de werkplaats.

     ‘Nog één auto en we zijn weer klaar voor vandaag,’ zei zijn baas terwijl hij met een hoop lawaai de laatste moer van een band vastdraaide. ‘Sneeuw is goed voor de handel. Iedereen heeft ineens nieuwe banden nodig.’

     Ze werkten nog een uur door en sloten toen de deur achter zich. ‘Bedankt,’ zei zijn baas. ‘Ik zie je morgen.’

     Hij liep naar huis. Gelukkig had hij dicht bij de camping een baantje gevonden en had hij geen auto nodig. Marloes had haar prachtige auto total loss gereden en de verzekering had geweigerd te betalen omdat ze al vier maanden haar premie niet had betaald. De auto stond nu voor hun huis op de oprit, zonder bumper, radiator, motorklep en voorlampen. Zijn baas had aangeboden om de auto weer rijklaar te maken, maar met twee kinderen en een overspannen vrouw thuis, kon hij zich toch geen auto veroorloven. Marloes had volgens de dokter last van een postnatale depressie en had al maanden niet meer gewerkt, en met het beetje dat hij verdiende was hij al blij als hij de rekeningen kon betalen.

     Hij liep zijn tuintje in en hoorde stemmen. Zijn moeder was op bezoek en hij kuste haar wang. ‘Ik heb eten gebracht,’ zei ze. De halve vloer stond vol met boodschappen en op het fornuis stond een pan te pruttelen.

     ‘Geweldig,’ zei hij dankbaar en begon op te ruimen. ‘Waar zijn Marloes en de kinderen?’

     ‘Marloes slaapt en de kinderen zijn aan het spelen. Ik heb hun al eten gegeven en in bad gestopt. Ze zijn klaar voor hun bedjes.’

     ‘Je bent een kei,’ zei hij. ‘Ik weet niet wat ik zonder jullie hulp zou moeten beginnen.’

     Ze legde haar hand op zijn arm. ‘Ga terug naar school. Je vader en ik kunnen de kinderen wel opvangen.’

     Hij schudde zijn hoofd. ‘Jullie werken ook allebei en ik red het wel. Ik probeer in de avonduren wat te studeren, en het gaat alweer iets beter met Marloes, dus die kan binnenkort weer aan het werk. Daarbij gaat onze oudste over een aantal maanden naar de kleuterschool en dan wordt het helemaal gemakkelijk.’

     ‘Maar je bent ondertussen al eenentwintig. Je hebt al bijna drie jaar verloren!’

     ‘Ik heb niets verloren, mam. Ik ben twee kinderen rijker en een heleboel ervaring.’

     ‘Ervaring in het verwisselen van luiers en autobanden,’ zei ze schamper en liep naar de deur.

     ‘Levenservaring!’ riep hij haar na en voelde zijn keel samen knijpen. Wanhopig probeerde hij het verstikkende gevoel weg te slikken.

    

     ‘Kan dat licht niet uit. Ik kan niet slapen,’ geeuwde Marloes. Hij klapte zijn boek dicht en stond op uit bed. ‘Waar ga je naar toe?’ riep ze hem na.

     ‘Ik kon ook niet slapen en probeerde wat te lezen,’ gromde hij en knipte het licht uit. Met het boek onder zijn arm liep hij naar buiten en zakte neer op een wankele stoel op de veranda. Het was donker en er stond geen ster aan de hemel. Zal wel weer gaan regenen, dacht hij. Zijn vingers trommelden rusteloos op de harde kaft van zijn boek. Ineens zag hij een roodgloeiend puntje van een sigaret. Zijn buurman zat ook buiten. ‘Ik had je niet eerder opgemerkt,’ zei hij.

     ‘Kom naast me zitten,’ nodigde de buurman hem uit.

     Hij stond op. Waarom ook niet?

     ‘Kon je niet slapen?’

     Reinier keek naar zijn lange onverzorgde haren, zijn vuile gescheurde kleding en tandeloze mond. ‘Nee.’

     ‘Geen wonder. Ik hoorde je vrouw schreeuwen en tieren vanavond. Daar kan geen man tegen.’

     ‘Ze heeft last van depressies,’ legde hij uit.

     ‘Vrouwen en hun gezeur, je wordt er doodmoe van, maar ik heb er wel een oplossing voor.’

     ‘O, ja?’

     ‘Een joint en een slaapmuts.’ Hij hield zijn sigaret en de fles in zijn hand omhoog. ‘Dan hoor je niets meer.’

     ‘Ik houd het bij een biertje zo nu en dan,’ zei hij.

     ‘Dat is voor mij niet genoeg na twintig jaar huwelijk. Geloof me, het wordt er echt niet beter op. Ieder jaar komt er een paar kilo bij, dan komen de rimpels en voor je het weet lopen ze met vet haar en een soepjurk door het huis.’

 

     ‘Wat ben je laat. Het eten is helemaal verpieterd,’ mopperde Marloes. Ze stond voor het gasfornuis en roerde in een pan.

     ‘Er kwam tegen sluitingstijd een haastklusje,’ legde hij uit.

     Ze draaide zich om en snauwde hem toe met haar handen op haar heupen. ‘Verdorie, kon iemand anders dat niet doen. Ik had toch gezegd dat ik vanavond ben uitgenodigd voor een tupperware party?’

     Hij keek geschrokken naar haar van woede vertrokken gezicht, vette haar en soepjurk. ‘Ik heb geen honger,’ zei hij en draaide zich om.

     ‘Ja, laat me maar weer alleen. Laat mij al het werk maar weer doen!’ schreeuwde ze hem achterna. De kinderen begonnen te huilen. ‘Houdt jullie koppen!’

     Met de handen over zijn oren vluchtte hij de deur uit.

     ‘Biertje?’ vroeg zijn buurman.

 

     ‘Ik wilde even klagen over de manier waarop mijn remmen zijn gerepareerd. Ze piepen en kraken als een trein die door de bocht gaat.’

     ‘Mijn verontschuldigen, meneer. Breng de auto maar langs en we zullen het in orde maken.’

Hij verbrak de verbinding en liep naar de garage. ‘Reinier!’ brulde hij.

     ‘Ja, baas.’ Hij rolde onder een auto vandaan.

     ‘Nog één klacht en je vliegt eruit!’

     Hij kwam geschrokken overeind en haalde zijn vingers door zijn ongekamde haren. ‘Maar dat kan je niet doen baas. Ik werk al zes jaar voor je!’

     ‘Waarvan alleen de eerste jaren productief waren.’

     ‘Het spijt me baas, maar ik heb een barstende koppijn.’

     ‘Een kater zal je bedoelen. Je zou jezelf eens moeten zien. Bloed doorlopen ogen, broodmager en je stinkt een uur in de wind naar verschaald bier. Hoe lang heb je geen douche gezien?’

     Hij speelde met de dopsleutel in zijn handen en keek beschaamd naar de grond. ‘Het zal niet meer gebeuren, baas.’

     ‘Verdomme, Reinier. Je weet niet eens wat er aan de hand is. Een klant belde met een klacht over zijn remmen en dat is de derde keer deze maand. Heb je daar een verklaring voor?’

     ‘Ik doe mijn best,’ verdedigde hij zich.

     ‘Je best is duidelijk niet goed genoeg en er moet verandering in komen. Als je nog een keer te laat of dronken op je werk komt ben je op staande voet ontslagen.’

 

     ‘Misschien kan je een baan vinden in de supermarkt,’ stelde Marloes voor. ‘Ze zoeken altijd mensen om de vakken te vullen.’

     Hij keek haar met een wanhopige blik aan. ‘Ik kan toch niet gaan vakken vullen?’

     Ze wrong haar handen ineen en keek met dezelfde wanhopige blik naar hem op. ‘Aangezien je nergens aan de bak kunt komen lijkt me dat de laatste optie. De elektriciteit is al afgesloten. We hebben al maanden geen telefoon meer. Je wilt toch niet met de kinderen op de straat belanden?’

     Hij pakte haar handen. ‘Wat is er toch met ons gebeurd?’

     ‘Met ons? Je bedoelt met jou!’ Ze rukte haar handen los en draaide hem de rug toe. Met afhangende schouders liep hij naar buiten, en begon te rennen. Hij rende en rende, totdat hij volledig buiten adem ineens voor zijn oude school stond. Het was er een drukte van belang. Bussen en auto’s reden af en aan, kinderen waren aan het voetballen, en weer andere liepen in groepjes te praten en te lachen. Op een bankje zaten vier jongens met elkaar te discussiëren, zware rugzakken aan hun voeten. Hij zakte neer tegen een boom en dacht met verlangen terug aan zijn zorgeloze jeugd. Waar was de tijd gebleven? De drukte nam af, de voetbalwedstrijd was afgelopen, en iedereen ging naar huis. Ineens zag hij een bekende lopen. Een raar klein mannetje, met een grijs ringbaardje en een groen pak. ‘Meneer Shemrock,’ riep hij en stond op.

     Het mannetje keek hem vragend aan. ‘En u bent?’

     ‘Herkent u me niet meer?’ vroeg hij.

     Het mannetje schudde zijn hoofd.

     ‘Ik ben Reinier. We hebben jaren geleden in de bus naast elkaar gezeten. We kwamen terug van een informatiedag over vervolgopleidingen aan de universiteit.’

     ‘Dat is onmogelijk,’ zei het mannetje en bekeek hem met afkeuring. ‘Jij kunt niet dezelfde zijn.’

     ‘Ha,’ lachte hij schamper. ‘Laat ik u iets vertellen. Ik ben niet de leugenaar. U vertelde me dat ik een briljante leerling was met een gouden toekomst. Dat ik geniaal was en een grandioze toekomst tegemoet ging waarin al mijn dromen uit zouden komen. Kijk nou eens naar me! Ik woon in een aftandse caravan, heb twee kinderen, een vrouw, en ben werkeloos. Ik ben verslaafd aan de drank en sta op het punt om mijn huis uitgegooid te worden. Wat voor leven is dat?’

     Het mannetje keek hem diep in de ogen en schudde toen medelijdend zijn hoofd. ‘Je hebt volgens mij maar half geluisterd en bent het belangrijkste vergeten. Je kunt nog zo intelligent zijn, maar zonder inzet en doorzettingsvermogen kom je nergens, en je hebt duidelijk verkeerde keuzes gemaakt. Daar komt het door. Gegarandeerd!’

 

 

 

    

 

 

 

 

 

 

.

.

Leave a Comment

Arctic Blast

We woke up to snow and strong Arctic winds, just like they predicted. I’m glad we were able to prepare ourselves, so I can stay indoors for as long as it lasts (it might stick around for the entire week). We have plenty of food to eat and plenty of wood to keep us warm. As long as the electricity stays on, we will be fine.

Leave a Comment

4 december Het goede doel

Maandag 4 december

 

Het is rustig in de winkel, maar dat komt door de tijd van het jaar. Ik besluit te beginnen aan het systematisch schoonmaken van alles wat los en vast zit en begin met de planken van de etenswaren. Gewapend met een stofdoek en een natte lap ga ik aan het werk. Eén voor één haal ik alles van de planken, controleer de uiterste verkoopdatum, maak het schoon en zet het terug. Na een half uur heb ik een hele stapel producten op de grond staan die verlopen of bijna verlopen zijn. Er zit het een en ander tussen dat ik zelf kan gebruiken, we kijken niet zo nauw, maar er staat ook veel tussen waar ik eigenlijk geen raad mee weet. Zoals gekruide paneermeel of gecondenseerde melk en meerdere typisch Amerikaanse producten die ik nog nooit in een Nederlandse supermarkt heb gezien en waar ik dus geen idee van heb wat ze ermee doen.

     De deur van de winkel gaat open en Angela komt binnen. Ze bezorgt de wekelijkse plaatselijke krant, de Pioneer, die we verkopen voor $ 0.50.

     “Het is een dikke krant deze week,” zeg ik en wijs naar de grote stapel die ze op de toonbank heeft gelegd.

     ‘Dat lijkt maar zo,” lacht Angela. “Het komt voornamelijk door de bijlage.”

Ze vouwt een krant open en haalt er een bruine zak tussenuit.

     “De bank heeft deze zakken gedoneerd,” legt ze uit. “Ze verzamelen etenswaren voor de armen en kunnen bijna alles gebruiken. Pindakaas, spaghetti, koffie, groentes in blik etc. Het enige wat ze absoluut niet willen zijn spullen die in glas zitten. Daar hebben ze te veel ellende mee gehad in het verleden.”

Angela vertrekt en ik pak meteen de bruine zak die nog op de toonbank ligt en begin hem op te vullen met de spullen die op de grond staan.

     Hoe is het mogelijk dat ze juist op dit moment binnenkomt? vraag ik mezelf af. Het kan niet mooier.

     De zak zit in een mum van tijd vol en ik pak een aantal zakken van mezelf. Even later heb ik zeven zakken vol en als mijn man thuis komt laad ik alles in de auto. Samen rijden we naar de plaatselijke bank, laden alle zakken uit, en met een goed gevoel rijden we weer naar huis. Dat is heel wat beter dan al die spullen weggooien. Nu hebben ze tenminste een bestemming.

Leave a Comment

3 december Ongeluk met lampjes

Zondag, 3 december

 

Ieder jaar wordt het kerstseizoen in de County geopend met diverse traditionele activiteiten waaronder het verlichten van de kerstboom voor het gemeentehuis, de parade van alle verlichte ambulances, politieauto’s, brandweerwagens en andere voertuigen die worden gebruikt bij een ongeval, de koekjesverkoop in de Lutherse kerk en de verkoop van handgemaakte artikelen op de school. Nu de kinderen wat ouder zijn willen ze niet meer mee. Ze vinden het saai. Dus gisteravond zat ik vlak voor sluitingstijd in de winkel aan een kopje koffie in plaats van me klaar te maken voor een half uurtje kleumen in de kou in afwachting van de parade, met een gratis kop hete chocolademelk in mijn hand, luid meezingende met de kerstliederen onder leiding van de muziekjuf van de school.

     Ineens vliegt de deur open en een vrouw met een wilde blik in haar ogen stormt naar binnen. “Er is iets verderop een vreselijk ongeluk gebeurd. Twee auto’s zijn frontaal tegen elkaar aangereden.”

Ik sta meteen op en geef haar de telefoon. De vrouw belt 911 en vijf minuten later horen we de eerste sirenes. Een politiewagen vliegt voorbij, al snel gevolgd door een tweede. Daarna volgen er al gauw meer sirenes met knipperende lampen. We zien twee ambulances voorbij vliegen die meteen gevolgd worden door een auto van de reddingsploeg. Een slecht teken. En niet veel later volgen er twee brandweerwagens. Binnen een mum van tijd staat er een rij wachtende auto’s voor de deur. De weg is geblokkeerd.

Mijn oudste zoon komt even informeren wat er aan de hand is en ik vertel hem van het ongeluk.

     “Ik ga even kijken,” zegt hij.

     “Niemand in de weg lopen hoor,” roep ik hem achterna. “En uitkijken!”

Hij pakt zijn fiets en is al gauw verdwenen. Ik loop naar buiten, naar de kant van weg, en zie in de verte een zee van knipperende rode, witte en oranje lampen. Als er maar niemand is overleden, denk ik.

     Niet veel later komt mijn zoon weer terug.

     “Ik kon niets zien,” zegt hij. “Maar mam, wat ik zo vreemd vond. Alle wagens waren versierd met kerstlampjes en een man verkleed als Kerstman stond het verkeer te regelen. Ik kijk op mijn horloge en meteen dringt het tot me door. Het is zeven uur en er is vanavond geen vrolijke parade met lampjes door het dorp. In plaats daarvan is iedereen opgeroepen, terwijl ze net klaar waren met het versieren van al hun wagens, om hun hulp aan te bieden en om mensen te redden. Ik huiver in de vrieskou en vol bewondering voor alle mensen die zich keer op keer weer inzetten om anderen te helpen loop ik weer terug naar de winkel. Ze moeten op elk moment van de dag en de nacht klaar staan, zelfs als ze hadden gedacht iets te gaan doen dat heel wat leuker was.

 

Vanochtend in de winkel was het ongeluk het onderwerp van gesprek en iedereen wilde weten of we wat meer informatie hadden. Maar eerlijk gezegd wisten we niet veel meer. Om zeven uur ’s avonds sluit de winkel en het enige dat we konden vertellen was dat het verkeer rond negen uur nog steeds werd opgehouden.

     “Dan moeten er wel doden zijn geweest,” speculeert de één.

     “Ik hoorde dat er alleen maar licht gewonden waren,” zegt de ander.

     “En ik hoorde dat meneer Olson bij het ongeluk betrokken was. Je weet toch wel wie dat is….”

     ‘Ja, was dat niet de vader van de jongen die vorig jaar een ongeluk veroorzaakte?”

     “Nee, er waren geen doden,” horen we even later. “Alle betrokkene zijn ter plaatse geholpen. Er hoefde zelfs niemand naar het ziekenhuis.

     “Dat vind ik moeilijk te geloven,” zeg ik. “Waarom duurde het dan zo vreselijk lang voordat alles was opgeruimd?”

Totdat de volgende klant binnen komt en wat licht in de situatie schept.

     ‘Ik zag op de televisie dat er gisteravond hier iets verderop een auto door een trein is aangereden,” zegt hij.

     ‘Wat?” roepen mijn man en ik verbaasd. “Dat klopt niet, hoor. Er waren alleen maar twee auto’s tegen elkaar gebotst. We weten niets van een trein.” We kijken elkaar even vragend aan. Het was ons wel opgevallen dat de treinen gisteravond heel hard toeterden. Zou er dan toch meer aan de hand zijn?

     Uiteindelijk komt Cindy, onze werkneemster, in de winkel. Ze is vrijwilligster voor de plaatselijke brandweer en weet altijd precies wat er in onze kleine gemeenschap gebeurd.

     “Er waren twee ongelukken,” zegt ze. ‘Eerst die botsing en kort daarna zat iemand achter zijn stuur te slapen. Ineens zag hij dat hij moest stoppen voor het ongeluk, week uit, raakte de macht over zijn stuur kwijt en belande met zijn auto op de rails. Gelukkig was hij niet gewond, maar hij kreeg zijn auto niet van de rails en twee minuten later kwam er een trein. Er is tot ’s avonds laat gewerkt om de puinhopen op te ruimen.”

Als enige winkel in het dorp is het belangrijk dat we de juiste informatie hebben en meestal duurt het niet lang. We waren nog geen uur open en we waren weer volledig op de hoogte.

Leave a Comment

2 December schoen zetten

Zaterdag, 2 september

 Gisteravond mochten de jongens hun schoen zetten. Het is ten slotte bijna Sinterklaas en die traditie wil ik er toch een enigszins inhouden, ook al zijn ze er misschien al iets te oud voor. Maar cadeautjes krijgen is altijd leuk en eerlijk gezegd doe ik het ook een beetje voor mezelf. Ik was altijd gek op de Sinterklaastijd.

     Cody, mijn jongste, was onmiddellijk enthousiast. Hij ging op zoek naar een schoen en zette hem voor de kachel. Even later kwam hij met een wortel voor het paard aan. Dat wist hij zich nog te herinneren. Want stel je voor dat hij niets zou krijgen?

Ik had pepernoten, dikke speculaasbrokken en chocoladeletters besteld bij de Nederlandse winkel, dus de verrassing was groot toen ze vanochtend hun cadeautjes openmaakten. Om echt in de sfeer van Sinterklaas te komen zette ik een C.D. op vol met Sinterklaasliedjes en begon luid mee te zingen met ‘Zie ginds komt de stoomboot’ en ‘Sinterklaas die goede heer’. De jongens keken me ontstemd aan. Was dat nou nodig, die herrie en dat valse gezang?

     “Jullie kennen deze liedjes toch nog wel?” riep ik in de hoop om hun interesse op te wekken en zong vervolgens heel hard mee met ‘Sinterklaas kapoentje’ en ‘Zie de maan schijnt door de bomen’.

Ze hielden als antwoord overdreven hun handen over hun oren en zetten de televisie aan, terwijl bij mij de tranen achter mijn ogen begonnen te prikken. Ik herinnerde me als de dag van gisteren de aankomst van Sinterklaas, het strooien van pepernoten en pakjesavond, met als hoogtepunt het bezoek van de Sint en zijn Pieten. Was het nostalgie? Of had ik ineens last van een overweldigend gevoel van heimwee? Hulp zoekend keek ik naar mijn man. Hij vond het toch wel leuk?

Onverschillig trok hij zijn schouders op. “Het interesseert hun echt niet. Laat toch gaan.”

Teleurgesteld zet ik de muziek zachter en kijk toe terwijl de jongens een zak pepernoten opentrekken en met smaak gaan zitten snoepen.

     Misschien dat ze zich later de liedjes niet kunnen herinneren, denk ik bij mezelf. Maar één ding is zeker: Het Nederlandse Sinterklaas snoepgoed zullen ze nooit vergeten.

Leave a Comment

Sensor December 1

 

Vrijdag, 1 december

 

Twee weken geleden reed ik met mijn mini-van na een ouderavond op school weer naar huis. Het regende pijpenstelen en was donker. Ineens zag ik iets in mijn koplampen. Het was een overstekend hert. Ik kreeg niet eens de tijd om te remmen en zat er in een fractie van een seconde bovenop. Ik stopte zo snel mogelijk en reed honderd meter achteruit. Het hert was op de andere weghelft beland en leefde tot mijn schrik nog. Wat moest ik nou doen? Ik kon dat beest toch niet zomaar op de weg laten liggen? Het volgende moment kwam er een tegenligger aan. Ik seinde met mijn lampen om hem te waarschuwen, nog niet wetende dat ik nog maar één koplamp had. Hij minderde vaart en reed netjes om het hert heen. Meteen kwam er nog een auto aan. Ik seinde nog een aantal keer, maar de bestuurder scheen het niet te zien en reed met een grote vaart over het hert heen. Dankbaar zakte ik achter mijn stuur in elkaar. Het hert was in ieder geval uit zijn lijden. Ik parkeerde mijn auto aan de kant van de weg en stapte uit. Ondertussen was er achter mij een auto gestopt. De bestuurder stapte uit en bood aan om met een paar servetjes in zijn handen het dode hert aan de kant van de weg trekken. Ik liet het graag aan hem over, bedankte hem hartelijk en reed bibberend weer verder naar huis.

Een aantal dagen later kwam de expert van de verzekering om de schade vast te stellen.

     “Ik denk dat ik je auto zelf ga repareren,” zei mijn man. “Dat kost heel wat minder.”

Ik vond het prima. Mijn man is erg handig en ik heb het volste vertrouwen in hem. De volgende dag bestelde hij een nieuwe koplamp en gisteren werd hij bezorgd. Mijn man ging hem meteen installeren.

     “Lager er geen losse onderdelen op de straat?” vroeg hij even later.

     “Losse onderdelen? Ik weet van niets. Ik heb er eerlijk gezegd niet eens op gelet.”

     “Er is een sensor afgebroken en het kost heel wat om zo’n ding te vervangen,” zegt hij.

Ik voel me een groot uilskuiken en besluit de volgende dag langs de straat te gaan zoeken.

     “Veel succes,” zegt mijn man cynisch. “Met al die sneeuw die we hebben gehad en met al die sneeuwschuivers is hij natuurlijk nooit terug te vinden.”

Als ik de jongens uit school haal parkeer ik mijn auto langs de weg en stap uit.

     “Hier moet het ongeveer zijn,” leg ik uit. ‘Helpen jullie mee zoeken?” Onwillig lopen ze achter me aan.

     “Ik heb honger. Waarom gaan we niet naar huis?” zegt de een.

     “Dat ding vinden we toch niet….” zegt de ander.

Ik weet niet eens hoe een sensor eruit zie, maar besluit me niet uit het veld te laten slaan en zoek optimistisch naar alles wat op een auto-onderdeel lijkt. En er ligt heel wat. Ik verzamel alles wat ik zie en na vijf minuten vermoed ik dat ik succes heb. Een vierkant zwart ding met een rare stekker ligt tussen de sneeuw.

     ‘Dat kan het niet zijn,” zeggen de jongens. Ze zijn het zat na een lange schooldag en willen naar huis. Maar ik kan mijn geluk niet op als ik thuiskom. Die vijf minuten zoeken hebben mijn ego gered en ons aardig wat geld uitgespaard.

Leave a Comment

Older Posts »