Sensor December 1

 

Vrijdag, 1 december

 

Twee weken geleden reed ik met mijn mini-van na een ouderavond op school weer naar huis. Het regende pijpenstelen en was donker. Ineens zag ik iets in mijn koplampen. Het was een overstekend hert. Ik kreeg niet eens de tijd om te remmen en zat er in een fractie van een seconde bovenop. Ik stopte zo snel mogelijk en reed honderd meter achteruit. Het hert was op de andere weghelft beland en leefde tot mijn schrik nog. Wat moest ik nou doen? Ik kon dat beest toch niet zomaar op de weg laten liggen? Het volgende moment kwam er een tegenligger aan. Ik seinde met mijn lampen om hem te waarschuwen, nog niet wetende dat ik nog maar één koplamp had. Hij minderde vaart en reed netjes om het hert heen. Meteen kwam er nog een auto aan. Ik seinde nog een aantal keer, maar de bestuurder scheen het niet te zien en reed met een grote vaart over het hert heen. Dankbaar zakte ik achter mijn stuur in elkaar. Het hert was in ieder geval uit zijn lijden. Ik parkeerde mijn auto aan de kant van de weg en stapte uit. Ondertussen was er achter mij een auto gestopt. De bestuurder stapte uit en bood aan om met een paar servetjes in zijn handen het dode hert aan de kant van de weg trekken. Ik liet het graag aan hem over, bedankte hem hartelijk en reed bibberend weer verder naar huis.

Een aantal dagen later kwam de expert van de verzekering om de schade vast te stellen.

     “Ik denk dat ik je auto zelf ga repareren,” zei mijn man. “Dat kost heel wat minder.”

Ik vond het prima. Mijn man is erg handig en ik heb het volste vertrouwen in hem. De volgende dag bestelde hij een nieuwe koplamp en gisteren werd hij bezorgd. Mijn man ging hem meteen installeren.

     “Lager er geen losse onderdelen op de straat?” vroeg hij even later.

     “Losse onderdelen? Ik weet van niets. Ik heb er eerlijk gezegd niet eens op gelet.”

     “Er is een sensor afgebroken en het kost heel wat om zo’n ding te vervangen,” zegt hij.

Ik voel me een groot uilskuiken en besluit de volgende dag langs de straat te gaan zoeken.

     “Veel succes,” zegt mijn man cynisch. “Met al die sneeuw die we hebben gehad en met al die sneeuwschuivers is hij natuurlijk nooit terug te vinden.”

Als ik de jongens uit school haal parkeer ik mijn auto langs de weg en stap uit.

     “Hier moet het ongeveer zijn,” leg ik uit. ‘Helpen jullie mee zoeken?” Onwillig lopen ze achter me aan.

     “Ik heb honger. Waarom gaan we niet naar huis?” zegt de een.

     “Dat ding vinden we toch niet….” zegt de ander.

Ik weet niet eens hoe een sensor eruit zie, maar besluit me niet uit het veld te laten slaan en zoek optimistisch naar alles wat op een auto-onderdeel lijkt. En er ligt heel wat. Ik verzamel alles wat ik zie en na vijf minuten vermoed ik dat ik succes heb. Een vierkant zwart ding met een rare stekker ligt tussen de sneeuw.

     ‘Dat kan het niet zijn,” zeggen de jongens. Ze zijn het zat na een lange schooldag en willen naar huis. Maar ik kan mijn geluk niet op als ik thuiskom. Die vijf minuten zoeken hebben mijn ego gered en ons aardig wat geld uitgespaard.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s

%d bloggers like this: