Archive for Uncategorized

Title for my first novel

Should it be: 1. Liberty Taken, 2. Libero Taken, 3. Taken

Leave a Comment

Arctic Blast

We woke up to snow and strong Arctic winds, just like they predicted. I’m glad we were able to prepare ourselves, so I can stay indoors for as long as it lasts (it might stick around for the entire week). We have plenty of food to eat and plenty of wood to keep us warm. As long as the electricity stays on, we will be fine.

Leave a Comment

4 december Het goede doel

Maandag 4 december

 

Het is rustig in de winkel, maar dat komt door de tijd van het jaar. Ik besluit te beginnen aan het systematisch schoonmaken van alles wat los en vast zit en begin met de planken van de etenswaren. Gewapend met een stofdoek en een natte lap ga ik aan het werk. Eén voor één haal ik alles van de planken, controleer de uiterste verkoopdatum, maak het schoon en zet het terug. Na een half uur heb ik een hele stapel producten op de grond staan die verlopen of bijna verlopen zijn. Er zit het een en ander tussen dat ik zelf kan gebruiken, we kijken niet zo nauw, maar er staat ook veel tussen waar ik eigenlijk geen raad mee weet. Zoals gekruide paneermeel of gecondenseerde melk en meerdere typisch Amerikaanse producten die ik nog nooit in een Nederlandse supermarkt heb gezien en waar ik dus geen idee van heb wat ze ermee doen.

     De deur van de winkel gaat open en Angela komt binnen. Ze bezorgt de wekelijkse plaatselijke krant, de Pioneer, die we verkopen voor $ 0.50.

     “Het is een dikke krant deze week,” zeg ik en wijs naar de grote stapel die ze op de toonbank heeft gelegd.

     ‘Dat lijkt maar zo,” lacht Angela. “Het komt voornamelijk door de bijlage.”

Ze vouwt een krant open en haalt er een bruine zak tussenuit.

     “De bank heeft deze zakken gedoneerd,” legt ze uit. “Ze verzamelen etenswaren voor de armen en kunnen bijna alles gebruiken. Pindakaas, spaghetti, koffie, groentes in blik etc. Het enige wat ze absoluut niet willen zijn spullen die in glas zitten. Daar hebben ze te veel ellende mee gehad in het verleden.”

Angela vertrekt en ik pak meteen de bruine zak die nog op de toonbank ligt en begin hem op te vullen met de spullen die op de grond staan.

     Hoe is het mogelijk dat ze juist op dit moment binnenkomt? vraag ik mezelf af. Het kan niet mooier.

     De zak zit in een mum van tijd vol en ik pak een aantal zakken van mezelf. Even later heb ik zeven zakken vol en als mijn man thuis komt laad ik alles in de auto. Samen rijden we naar de plaatselijke bank, laden alle zakken uit, en met een goed gevoel rijden we weer naar huis. Dat is heel wat beter dan al die spullen weggooien. Nu hebben ze tenminste een bestemming.

Leave a Comment

3 december Ongeluk met lampjes

Zondag, 3 december

 

Ieder jaar wordt het kerstseizoen in de County geopend met diverse traditionele activiteiten waaronder het verlichten van de kerstboom voor het gemeentehuis, de parade van alle verlichte ambulances, politieauto’s, brandweerwagens en andere voertuigen die worden gebruikt bij een ongeval, de koekjesverkoop in de Lutherse kerk en de verkoop van handgemaakte artikelen op de school. Nu de kinderen wat ouder zijn willen ze niet meer mee. Ze vinden het saai. Dus gisteravond zat ik vlak voor sluitingstijd in de winkel aan een kopje koffie in plaats van me klaar te maken voor een half uurtje kleumen in de kou in afwachting van de parade, met een gratis kop hete chocolademelk in mijn hand, luid meezingende met de kerstliederen onder leiding van de muziekjuf van de school.

     Ineens vliegt de deur open en een vrouw met een wilde blik in haar ogen stormt naar binnen. “Er is iets verderop een vreselijk ongeluk gebeurd. Twee auto’s zijn frontaal tegen elkaar aangereden.”

Ik sta meteen op en geef haar de telefoon. De vrouw belt 911 en vijf minuten later horen we de eerste sirenes. Een politiewagen vliegt voorbij, al snel gevolgd door een tweede. Daarna volgen er al gauw meer sirenes met knipperende lampen. We zien twee ambulances voorbij vliegen die meteen gevolgd worden door een auto van de reddingsploeg. Een slecht teken. En niet veel later volgen er twee brandweerwagens. Binnen een mum van tijd staat er een rij wachtende auto’s voor de deur. De weg is geblokkeerd.

Mijn oudste zoon komt even informeren wat er aan de hand is en ik vertel hem van het ongeluk.

     “Ik ga even kijken,” zegt hij.

     “Niemand in de weg lopen hoor,” roep ik hem achterna. “En uitkijken!”

Hij pakt zijn fiets en is al gauw verdwenen. Ik loop naar buiten, naar de kant van weg, en zie in de verte een zee van knipperende rode, witte en oranje lampen. Als er maar niemand is overleden, denk ik.

     Niet veel later komt mijn zoon weer terug.

     “Ik kon niets zien,” zegt hij. “Maar mam, wat ik zo vreemd vond. Alle wagens waren versierd met kerstlampjes en een man verkleed als Kerstman stond het verkeer te regelen. Ik kijk op mijn horloge en meteen dringt het tot me door. Het is zeven uur en er is vanavond geen vrolijke parade met lampjes door het dorp. In plaats daarvan is iedereen opgeroepen, terwijl ze net klaar waren met het versieren van al hun wagens, om hun hulp aan te bieden en om mensen te redden. Ik huiver in de vrieskou en vol bewondering voor alle mensen die zich keer op keer weer inzetten om anderen te helpen loop ik weer terug naar de winkel. Ze moeten op elk moment van de dag en de nacht klaar staan, zelfs als ze hadden gedacht iets te gaan doen dat heel wat leuker was.

 

Vanochtend in de winkel was het ongeluk het onderwerp van gesprek en iedereen wilde weten of we wat meer informatie hadden. Maar eerlijk gezegd wisten we niet veel meer. Om zeven uur ’s avonds sluit de winkel en het enige dat we konden vertellen was dat het verkeer rond negen uur nog steeds werd opgehouden.

     “Dan moeten er wel doden zijn geweest,” speculeert de één.

     “Ik hoorde dat er alleen maar licht gewonden waren,” zegt de ander.

     “En ik hoorde dat meneer Olson bij het ongeluk betrokken was. Je weet toch wel wie dat is….”

     ‘Ja, was dat niet de vader van de jongen die vorig jaar een ongeluk veroorzaakte?”

     “Nee, er waren geen doden,” horen we even later. “Alle betrokkene zijn ter plaatse geholpen. Er hoefde zelfs niemand naar het ziekenhuis.

     “Dat vind ik moeilijk te geloven,” zeg ik. “Waarom duurde het dan zo vreselijk lang voordat alles was opgeruimd?”

Totdat de volgende klant binnen komt en wat licht in de situatie schept.

     ‘Ik zag op de televisie dat er gisteravond hier iets verderop een auto door een trein is aangereden,” zegt hij.

     ‘Wat?” roepen mijn man en ik verbaasd. “Dat klopt niet, hoor. Er waren alleen maar twee auto’s tegen elkaar gebotst. We weten niets van een trein.” We kijken elkaar even vragend aan. Het was ons wel opgevallen dat de treinen gisteravond heel hard toeterden. Zou er dan toch meer aan de hand zijn?

     Uiteindelijk komt Cindy, onze werkneemster, in de winkel. Ze is vrijwilligster voor de plaatselijke brandweer en weet altijd precies wat er in onze kleine gemeenschap gebeurd.

     “Er waren twee ongelukken,” zegt ze. ‘Eerst die botsing en kort daarna zat iemand achter zijn stuur te slapen. Ineens zag hij dat hij moest stoppen voor het ongeluk, week uit, raakte de macht over zijn stuur kwijt en belande met zijn auto op de rails. Gelukkig was hij niet gewond, maar hij kreeg zijn auto niet van de rails en twee minuten later kwam er een trein. Er is tot ’s avonds laat gewerkt om de puinhopen op te ruimen.”

Als enige winkel in het dorp is het belangrijk dat we de juiste informatie hebben en meestal duurt het niet lang. We waren nog geen uur open en we waren weer volledig op de hoogte.

Leave a Comment

2 December schoen zetten

Zaterdag, 2 september

 Gisteravond mochten de jongens hun schoen zetten. Het is ten slotte bijna Sinterklaas en die traditie wil ik er toch een enigszins inhouden, ook al zijn ze er misschien al iets te oud voor. Maar cadeautjes krijgen is altijd leuk en eerlijk gezegd doe ik het ook een beetje voor mezelf. Ik was altijd gek op de Sinterklaastijd.

     Cody, mijn jongste, was onmiddellijk enthousiast. Hij ging op zoek naar een schoen en zette hem voor de kachel. Even later kwam hij met een wortel voor het paard aan. Dat wist hij zich nog te herinneren. Want stel je voor dat hij niets zou krijgen?

Ik had pepernoten, dikke speculaasbrokken en chocoladeletters besteld bij de Nederlandse winkel, dus de verrassing was groot toen ze vanochtend hun cadeautjes openmaakten. Om echt in de sfeer van Sinterklaas te komen zette ik een C.D. op vol met Sinterklaasliedjes en begon luid mee te zingen met ‘Zie ginds komt de stoomboot’ en ‘Sinterklaas die goede heer’. De jongens keken me ontstemd aan. Was dat nou nodig, die herrie en dat valse gezang?

     “Jullie kennen deze liedjes toch nog wel?” riep ik in de hoop om hun interesse op te wekken en zong vervolgens heel hard mee met ‘Sinterklaas kapoentje’ en ‘Zie de maan schijnt door de bomen’.

Ze hielden als antwoord overdreven hun handen over hun oren en zetten de televisie aan, terwijl bij mij de tranen achter mijn ogen begonnen te prikken. Ik herinnerde me als de dag van gisteren de aankomst van Sinterklaas, het strooien van pepernoten en pakjesavond, met als hoogtepunt het bezoek van de Sint en zijn Pieten. Was het nostalgie? Of had ik ineens last van een overweldigend gevoel van heimwee? Hulp zoekend keek ik naar mijn man. Hij vond het toch wel leuk?

Onverschillig trok hij zijn schouders op. “Het interesseert hun echt niet. Laat toch gaan.”

Teleurgesteld zet ik de muziek zachter en kijk toe terwijl de jongens een zak pepernoten opentrekken en met smaak gaan zitten snoepen.

     Misschien dat ze zich later de liedjes niet kunnen herinneren, denk ik bij mezelf. Maar één ding is zeker: Het Nederlandse Sinterklaas snoepgoed zullen ze nooit vergeten.

Leave a Comment

Sensor December 1

 

Vrijdag, 1 december

 

Twee weken geleden reed ik met mijn mini-van na een ouderavond op school weer naar huis. Het regende pijpenstelen en was donker. Ineens zag ik iets in mijn koplampen. Het was een overstekend hert. Ik kreeg niet eens de tijd om te remmen en zat er in een fractie van een seconde bovenop. Ik stopte zo snel mogelijk en reed honderd meter achteruit. Het hert was op de andere weghelft beland en leefde tot mijn schrik nog. Wat moest ik nou doen? Ik kon dat beest toch niet zomaar op de weg laten liggen? Het volgende moment kwam er een tegenligger aan. Ik seinde met mijn lampen om hem te waarschuwen, nog niet wetende dat ik nog maar één koplamp had. Hij minderde vaart en reed netjes om het hert heen. Meteen kwam er nog een auto aan. Ik seinde nog een aantal keer, maar de bestuurder scheen het niet te zien en reed met een grote vaart over het hert heen. Dankbaar zakte ik achter mijn stuur in elkaar. Het hert was in ieder geval uit zijn lijden. Ik parkeerde mijn auto aan de kant van de weg en stapte uit. Ondertussen was er achter mij een auto gestopt. De bestuurder stapte uit en bood aan om met een paar servetjes in zijn handen het dode hert aan de kant van de weg trekken. Ik liet het graag aan hem over, bedankte hem hartelijk en reed bibberend weer verder naar huis.

Een aantal dagen later kwam de expert van de verzekering om de schade vast te stellen.

     “Ik denk dat ik je auto zelf ga repareren,” zei mijn man. “Dat kost heel wat minder.”

Ik vond het prima. Mijn man is erg handig en ik heb het volste vertrouwen in hem. De volgende dag bestelde hij een nieuwe koplamp en gisteren werd hij bezorgd. Mijn man ging hem meteen installeren.

     “Lager er geen losse onderdelen op de straat?” vroeg hij even later.

     “Losse onderdelen? Ik weet van niets. Ik heb er eerlijk gezegd niet eens op gelet.”

     “Er is een sensor afgebroken en het kost heel wat om zo’n ding te vervangen,” zegt hij.

Ik voel me een groot uilskuiken en besluit de volgende dag langs de straat te gaan zoeken.

     “Veel succes,” zegt mijn man cynisch. “Met al die sneeuw die we hebben gehad en met al die sneeuwschuivers is hij natuurlijk nooit terug te vinden.”

Als ik de jongens uit school haal parkeer ik mijn auto langs de weg en stap uit.

     “Hier moet het ongeveer zijn,” leg ik uit. ‘Helpen jullie mee zoeken?” Onwillig lopen ze achter me aan.

     “Ik heb honger. Waarom gaan we niet naar huis?” zegt de een.

     “Dat ding vinden we toch niet….” zegt de ander.

Ik weet niet eens hoe een sensor eruit zie, maar besluit me niet uit het veld te laten slaan en zoek optimistisch naar alles wat op een auto-onderdeel lijkt. En er ligt heel wat. Ik verzamel alles wat ik zie en na vijf minuten vermoed ik dat ik succes heb. Een vierkant zwart ding met een rare stekker ligt tussen de sneeuw.

     ‘Dat kan het niet zijn,” zeggen de jongens. Ze zijn het zat na een lange schooldag en willen naar huis. Maar ik kan mijn geluk niet op als ik thuiskom. Die vijf minuten zoeken hebben mijn ego gered en ons aardig wat geld uitgespaard.

Leave a Comment

Vrije dag November 30

Donderdag, 30 november

 

Ergens in het holst van de nacht word ik uit een diepe slaap gewekt door vreemde tikkelgeluiden tegen mijn slaapkamerraam. Zou het zo hard regenen? Of is het hagel? Ik draai me om. Ik heb geen zin om te gaan kijken. Maar zo gauw de wekker gaat spring ik uit bed en gooi de gordijnen open. Deze keer is alles wit, ook de grote weg, en ik krijg het vermoeden dat mijn kinderen vandaag hun zin krijgen.

De slaapkamerdeur gaat open en twee tieners staan met een glimlach in de deuropening. Heb je naar buiten gekeken? Ik schiet in mijn kleren en zet de computer aan. De website van de school is gauw gevonden. Ik word er ervaren in. Met grote koeienletters staat er: Vandaag geen school. De beslissing is genomen om 4.45 uur. Wat doen die mensen zo vroeg op? Een luid gejoel is mijn beloning.

Ik kruip met kleren en al nog even onder de dekens naast mijn man, maar wordt al gauw ongeduldig om eruit te gaan en de verse sneeuw onder mijn voeten te voelen knarsen. Ik verzorg het ontbijt voor de jongens en ga naar buiten. Het dikke pak sneeuw is bedekt met een dun laagje ijs en kraakt met iedere stap. Was het nou de sneeuw of regen die ik vannacht tegen mijn raam hoorde?

De jongens komen me al snel achterna in hun skibroeken en warme winterjassen. Ze willen gaan sleetje rijden van de heuvel. Ik kijk hun aan en schiet in de lach. Ze hebben allebei hoog water. Hadden we die dure broeken niet twee jaar geleden op de groei gekocht? Hoe kunnen ze dan nu al te klein zijn?

Ik herinner me alle waarschuwingen dat kinderen pas echt gaan groeien als ze in de puberteit komen en ik weet nu wat ze bedoelen. Ik probeer hun broeken wat naar beneden te trekken, maar het heeft geen zin.

     “Had ik dat nou maar gisteren geweten dat jullie nieuwe skibroeken moeten hebben,” verzucht ik. “Toen waren we toch in de stad voor nieuwe laarzen.”

De jongens pakken hun sleeën en ik kijk hun na. Nou maar hopen dat ze in de winkel nog wat goedkope skikleding hebben hangen. “Duur” moet maar even wachten tot ze zijn uitgegroeid.

Leave a Comment

Older Posts »